Module A.1
1e van 4 verplichte modules
Deels Openbaar toegankelijk **

Kenmerken en Eigenschappen

"Selectie & Sociologie"

** de samenvatting vooraf in webinar "De Essentie"
Klik op voor aan uw scherm aangepast formaat

Essentie

?

V: Ik heb geen overzicht over het woud aan selectiemanieren dat er is. Hoe krijg ik dat overzicht wel?

 A:  Wie dat overzicht wil krijgen, is allereerst geholpen met inzicht in de hoofdgeschiktheden die er zijn, en dat die allemaal verschillende reducties, of ingrediënten, zijn van een demonstreerbaar talent, van groen bolletje 2 hieronder.

Bij de verschillende "ingrediënten" horen vervolgens verschillende selectiemanieren, met verschillende kosten en opbrengsten (volgende modules).

Welke 13 hoofd-geschiktheden zijn er?

Welke zijn discriminatie, welke niet?

♦1 Leer bepalen welke selectievormen al meer of minder fair ervaren zullen worden.

♦2 Leer inzien hoe de 13 hoofdgeschiktheden samenhangen met vier hoofd-selectiemanieren. Leer ook dat de selectiemanieren elkaar overlappen (=de elkaar overlappende kaders in oranje, groen, en blauw, hieronder). Maar die overlapping betekent niet dat het gelijkwaardige alternatieven zijn!

♦3 Leer bepalen met welk soort "reductie van een demonstreerbaar talent" je jezelf tevreden kan stellen. Waarom is er die overlap tussen selectie-manieren? En zijn het alternatieven van elkaar? Nee, helaas, leer inzien dat het verschillendsoortige reducties van bolletje 2, en hierin schuilen de grootste selectiebeleidsfouten. In wezen is vaak de vraag: met welke reductie van bolletje 2 kan ik mij minimaal tevreden stellen?

♦4 Leer inzien waarom we altijd toch weer discrimineren. Dat doen we omdat het beoordelen van kenmerken zo gemakkelijk is, dat we onze ethiek laten varen. Ook wantrouwen we de menselijke beoordelaar die bij bolletje 2 en 3 onmisbaar is. Daarmee begraven we wel mooi het selectierendement, want:

♦5 Leer inzien dat kenmerken niet voorspellen, hoe gemakkelijk ze dan ook praktisch gezien te hanteren zijn.

Hoofdvragen voor selectie design

♦6 Waarom moet ik altijd zien uit te komen in het fel-groene kader, bij bolletjes 2 en 3? En als ik daar om allerlei redenen niet uitkom, waarom moet ik dan met de andere selectiemanieren doen alsof ik toch een demonstreerbaar talent beoordeel? (Voorbeeld: interview, ►zie hier)

♦7 Hoe bepaal ik mijn positie in recente maatschappelijke vragen over discriminatie en gelijke kansen? Wat zijn in dat verband verkenmerkelijking van een gebrek aan eigenschappen ('wie niet voldoende schrijfvaardig is, heeft dyslexie') en vereigenschappelijking van achtergestelde kenmerken ('vrouwen zijn betere leiders")?

♦8 Op welke morele retoriek die mijn selectieprobleem niet oplost, maar alleen maar onnodig groot maakt, moet ik voorbereid zijn?

♦9 Wat kan Artificiële Intelligentie naar huidige stand van zaken wel, en wat niet?

► Klik op afbeelding voor aan uw scherm aangepast formaat